groen in de stad: waar zit de winst?

Onder invloed van een zich verschuivend klimaat en een wijzigende demografie  – meer dan 75% van de wereldbevolking zal binnen afzienbare tijd in steden leven –  zullen de leefbaarheidsproblemen die zich vandaag in steden stellen nog versterkt worden. Belangrijke directe problemen zijn het ontstaan van hitte-eilanden en problemen inzake waterbeheersing, zowel door droogte als door overstromingen (zie b.v. het rapport van de Britse Royal Society voor een overzicht). 

Dat die problemen niet enkel elders optreden maar ook in Vlaanderen een rol spelen blijkt duidelijk uit de VITO studie over het hitte effect in Antwerpen. Temperatuurverschillen van enkele graden treden op, met maxima tot 8°C (!) verschil tussen het groene ‘platteland’ en de stad. Het ontbreken van verdamping door planten speelt in de stad daarbij een wezenlijke rol. De positieve effecten van groen op de luchtkwaliteit (in Vlaanderen bv. het airbezen-project, maar ook in het buitenland al sterk onderzocht) én op onze mentale gezondheid (zie b.v. hier voor een overzicht) zijn de laatste jaren ook alleen maar duidelijker geworden.  Geen wonder dus dat er recent nog een volledig Europees congres aan het onderwerp werd gewijd. Uit een recent gepubliceerde review van tientallen wetenschappelijke studies komt zelfs het ultieme resultaat: voldoende groen in de buurt zorgt er mee voor dat je minder snel dood gaat (voor wat betreft cardio-vasculaire aandoeningen)! Wat kan je nog meer willen?15271859_l

Voldoende groen in onze leefomgeving is voor de mens zélf dus van ontzettend groot (eigen)belang, maar uiteraard ook voor de natuur. Ook de kwaliteit ervan telt. Hoewel een doorsnee voorbijganger alle groen doorgaans misschien over dezelfde kam scheert, gaat dat evenmin op als wanneer een uit asbestplaten opgetrokken, ongeïsoleerd huis wordt vergeleken  met een volledig passiefhuis. In beide kan je wonen maar daar houdt de gelijkenis dan ook grotendeels op. Kwaliteit maakt het verschil!

In het geval van groen zit die kwaliteit in de ecologische rol die het groen vervult of ondersteunt.  Die rol kan veel ruimer gaan dan enkel de plaats waar het groen voorkomt. Ecologische verbanden kennen immers veel ruimtelijke aspecten, denk maar aan de verplaatsingen van vogels en insecten enz.. Het voorzien van voldoende groen met een minimale ecologische kwaliteit kan daarom ook op het gebied van biodiversiteit tot belangrijke winsten leiden, die verder reiken dan de site van realisatie zelf. Winsten in de stad kunnen ondersteunend zijn aan winsten daarbuiten, waarmee ook andere belangrijke beleidsdoelstellingen ondersteund worden. De ambities om de Europese natuurdoelen te kunnen halen,  of om op ecosysteemdiensten uit omliggende natuur te kunnen rekenen worden er alleen maar door versterkt.   

Natuur die aanwezig is in overhoekjes, lanen, bermen, parken, tuinen enz.  kan dus ook een belangrijke bijdrage leveren. Door te verbinden, door voedsel en leefruimte te voorzien, al is het vaak op kleine schaal. In de schaarse groene ruimte die nog overblijft (zowel in de steden als daarbuiten) zou daarom overal een minimale ecologische kwaliteit gegarandeerd moeten kunnen worden (zie ook mag het ook exotisch?  voor een onderdeeltje daarvan). Optimalisatie van de biodiversiteit, om ook de ecosysteemdiensten ten behoeve van de maatschappij te optimaliseren dus. Studies suggereren immers dat de biodiversiteit van de groene ruimtes mee bepalend zou zijn voor de positieve gezondheidseffecten van de groene ruimte op de mens (door een verbeterde immuunrespons).

Conclusie           In steden moet de ambitie niet zijn om topnatuur na te streven (hoewel het soms ook aardig in de buurt kan komen), maar natuur die verbindt en ondersteunt kan de bestaande topnatuur wel een stevig hart onder de riem steken, waarmee meerdere vliegen in één klap worden geslagen. Er moet dus (veel) extra groene ruimte voorzien worden! 

Uiteraard kan daarbij in eerste instantie gedacht worden aan het optimaliseren van wat nog aanwezig is, maar er kan en moet ook véél verder gedacht worden. Opportuniteiten die zich aandienen moeten met beide handen gegrepen worden (in de Antwerpse context ligt Ringland als voorbeeld uiteraard voor de hand), maar ook verdere wezenlijke uitbreiding met evenredige voordelen voor de stad zelf is misschien beter verwezenlijkbaar dan gedacht. 

Groen in de stad en vér daarbuiten: de winst komt in de eerste plaats de mens ten goede, maar als we er gebruik van maken om er ook een biodiversiteitswinst van te maken (waar de mens uiteindelijk ook weer van profiteert) kan de verhouding mens-natuur ook win²-win worden.

Ook voor vragen rond natuur in een verstedelijkte omgeving kan u altijd vrijblijvend met Hesselteer contact opnemen.